MIND Published Wat houdt dit in?

Marieke: "Ik heb altijd de diagnose slapeloosheid gehad"

Ik heb altijd de diagnose slapeloosheid gehad. Dit betekent dat ik niet in slaap kom. Door onregelmatige schema’s met school en college was er altijd voldoende tijd om overdag even bij te tanken. Het moment dat ik startte met een 40-urige kantoorbaan was dit niet meer mogelijk. Het kwam toen zelfs op een punt waar ik geluk had als ik meer dan 3 uur per nacht kon slapen.

Het slaapgebrek eiste al snel z’n tol. Ik presenteerde slechter op werk, waar na uitleg er gelukkig positief op werd gereageerd en ik de vrijheid kreeg om het soms even rustiger aan te doen. Ook mijn vriend was enorm geduldig, maar ook omdat ik verborg hoe moe ik overdag nu eigenlijk was.

Het lastigst was dat ik geen energie meer had voor de leuke dingen in het leven. Ik wilde niet meer met vrienden afspreken. Concentreren op gesprekken was namelijk moeilijk. Ik voelde me altijd verward, en mijn geheugen was een zeef. Ook werd ik benauwd van het idee dat mijn vriend bleef slapen. Ik was ’s nachts namelijk altijd bang om hem te storen met mijn gewoel als ik weer niet kon slapen. Vakanties vond ik lastig. Wat als er daar een weg was die veel lawaai maakte, als het bed niet fijn was? Ik wist van ten voren al dat ik niet veel zou slapen. Verder vond ik het heel eng om auto te rijden, omdat ik nooit 100% helder was. Maar soms kon niet ontkomen aan de weg op te moeten.

Na meerdere gesprekken met mijn huisarts, het volgen van algemene tips en het slikken van slaappillen die niet werkten, wilde ik weten wat er precies met me aan de hand was.

Bij de slaappoli op de Gelderse Vallei kwamen we erachter dat ik door mijn auto-immuunziekte Hashimoto’s mijn schildklierwaarden niet onder controle had. Ik wist sinds mijn 15e al dat ik dit had, maar tot mijn 25e was er nooit een verband gelegd tussen Hashimoto’s en mijn slapenloosheid. Mijn hersenen stonden altijd ‘aan’, waardoor ik prikkels niet kon buitensluiten en niet rustig genoeg kon worden om in slaap te vallen. Deze prikkels konden het minste zijn: het praten met mijn vriend, het kijken van een spannende film, kou/warmte of geluiden van de straat.

Na het aanpassen van mijn medicatiedosis werd ik rustiger en minder paniekerig. Toen dit goed zat, ben ik begonnen aan een slaapcursus bij de Gelderse Vallei. Ik sliep namelijk nog steeds enorm slecht, ook al voelde ik mij beter en had ik overdag wat meer energie.

Naast tips om rust te vinden zoals meditatie, en het leren om niet te stressen als ik niet kan slapen, heb ik mij aan strenge regels moeten houden: één uur ’s nachts naar bed, zes uur eruit, zelfs als ik niet geslapen had. Ook moest ik mij één tot twee uur van tevoren terugtrekken om alleen nog maar ontspannende activiteiten te doen om prikkels te ontwijken. De eerste week was vreselijk: ik was altijd moe en sliep nauwelijks. Maar de tweede week was ik zo uitgeput dat ik binnen een kwartier in slaap viel.

Uiteindelijk hebben we dit in stapjes verlengd naar twaalf uur naar bed, zeven uur eruit. Slaap ik meer, dan ben ik vermoeid. Slaap ik minder, dan overleef ik dat wel voor een nachtje. Daarnaast is mijn dieet aangepast naar zo min mogelijk suiker, en sport ik elke dag om mijn lichaam wat extra te vermoeien. Ik heb ontdekt dat dit mijn perfecte slaapschema is. Dit heeft de kwaliteit van mijn nachtrust enorm beïnvloed.

Wel ben ik nog steeds een enorm moeilijke slaper en moet ik mij strikt aan mijn patroon houden. Vakanties zijn nog steeds eng. En is het lastig om moe te worden als ik mijn ‘rust uurtje’ heb gemist. Daarnaast hebben mijn vriend en ik de keuze gemaakt om in aparte kamers te gaan slapen. Zo ontvang ik geen prikkels van hem die mij kunnen wakker houden. Omdat we merkten dat doordat ik later naar bed ging dan hij, ik zo stil mogelijk probeerde te doen, waardoor ik enorm geprikkeld werd.

Maar ik haal nu gemiddeld mijn zeven uur slaap, en voel mij fitter dan ooit omdat ik alles weer kan oppakken wat ik jaren heb laten liggen.

Meer ervaringsverhalen