Trauma na verblijf in internaat

Ik heb 1982 tot kerst 1987 op een internaat gewoond. Graag wil ik even in het kort mijn verhaal vertellen over wat ik daar heb meegemaakt en het trauma dat ik de eerste twintig jaar na het internaat er aan overhield. Deze jeugdinstelling was een open instelling in Oosterhout bij Breda. Ik was moeilijk opvoedbaar, moeilijk lerend en ik ben autistisch. Mijn vader was snel dronken en er waren vaak ruzies thuis. Mijn ouders waren daardoor gescheiden. De situatie thuis was onhoudbaar geworden en dus vonden de kinderarts, maatschappelijk werk en de school het beter dat ik ergens anders zou gaan wonen waar ze me kunnen helpen en waar ik kon opgroeien tussen andere kinderen en andere volwassenen. Ik werd zomer 1982 uit huis geplaatst en ik kwam wonen in groep 2a. Hoewel er ook zeker leuke momenten waren heb ik het tijdens mijn verblijf op het internaat altijd moeilijk gehad. Ik heb veel gehuild, zeker als ik op zondag avond weer terug was op het internaat na een weekend bij mijn moeder. Vooral in het begin voelde ik me erg eenzaam, ik werd uitgelachen en ik voelde mij niet begrepen. Er was in groep 2a een groepsleidster die mij vernederde. Ik mocht van haar niet huilen want het was volgens haar mijn eigen schuld dat ik daar zat. Ze begon de eerste week al met mij te vernederen. Ze ging heel vaak tekeer tegen mij, ze zei dat ik lelijk ben, er niet uit zie, dat ik sloom was en een baby was en meer van dat soort dingen.  Ik mocht van haar mezelf niet zijn en ik kreeg heel vaak op mijn donder om hoe en wie ik was. Ik kon bij haar ook nooit wat goed doen en goed zeggen. Ze pakte speelgoed, kuffels en boekjes van me af en ik moest huilen om die weer terug te krijgen. Als ik een wondje had omdat ik bijvoorbeeld gevallen was dan werd dat niet goed verzorgd zodat er nog meer vuil in kwam en nog meer pijn deed. Ook moest ik van haar voor straf naakt beneden door de groepswoning lopen. Dit moest omdat ik in haar ogen te preuts zou zijn. In het zwembad moest ik verplicht in het openbaar omkleden zonder handdoek er om heen. En op zomer kamp moest ik mij verplicht naakt bij de waterpomp wassen. Ik vond het vreselijk dat iedereen mij zo kon zien. Als ik naar het toilet moest dan ging ze op een stoel staan en keek ze door het raampje boven de deur. Ik moest blijven staan maar ik kreeg op mijn donder als ik dan toch ging zitten. Die groepsleidster vond het kennelijk leuk om te keer tegaan want ze ging ook tekeer tegen andere kinderen. We gingen een keer met een groepje kinderen en een groepsleider naar de bioscoop, ze zaten al in de auto op mij te wachten. Ik was sinds het avondeten al niet zo lekker en het duurde daarom wat langer voor dat ik klaar was om mee te gaan. Toen ging die groepsleidster zo hard tegen mij te keer dat ze dat buiten in de auto nog konden horen. Die groepsleidster dacht op haar mannier een kerel van mij te maken, maar ik heb er een trauma aan overgehouden. Ik heb heel erg lang een gruwelijke hekel aan dat mens gehad, maar nu niet meer ik heb het haar vergeven. Vaak werden er kinderen opgesloten in een donkere ruimte. Ik kreeg ook vaak op mijn donder voor ik wat ik niet gedaan had en niet gedaan kon hebben maar ze hadden gewoon een zondebok nodig. Ik werd door andere kinderen vaak geslagen, getrapt gestompt en gepest. Ze vonden het leuk om mij hard te trappen tussen mijn benen. Daar werd door de groepsleiding niets aan gedaan. Want volgens hun was geweld, misbruik en pesten alijt de schuld van het slachtoffer en niet van de dader. Er werden ook meisjes misbruikt door andere jongens en door een groepsleider. Op een zondag toen ik een weekend thuis was bij mijn moeder kwam al vroeg in de middag iemand van het internaat mij ophalen. Ze kwam zonder aankondiging en zoner toestemming het huis van mijn moeder binnen. Mijn moeder en ik vonden dat absoluut niet leuk. Ik heb me vast gehouden aan de tafelpoot, geschreeuwd en gehuild. De afspraak was dat ik aan het begin van de avond terug gebracht zou worden door mijn moeder en tante. Er waren twee groepsleiders in een andere groep die de gewoonte hadden om voor het minste of geringste erg hard te slaan en trappen. Een van die twee heeft mij ook wel eens zo hard getrapt dat ik van de pijn niet kon zitten. Na een paar jaar werd ik overgeplaatst naar een leefgroep van deze jeugdinstelling. Dit was een groep van dezelfde jeugd instelling maar dan midden in Oosterhout. Dit was een betere tijd voor mij maar ik heb het ook daar altijd moeilijk gehad. Het pesten slaan en schoppen door andere kinderen ging ook daar gewoon door. Maar hier werd ik ook sexueel misbruikt door een andere jongen, hij deed dingen met mij die ik absoluut niet wilde. Ik vond dat heel naar en vervelend. Ik moest een slaapkamer met hem delen dus hij kon doen wat hij wilde. Ik heb er toen nooit wat van gezegd omdat ik er geen vertrouwen in had dat er iets mee gedaan werd. Ik heb wel eens tegen de groepsleiding gezegt dat er spullen van mij waren kapot gemaakt en dat er iets was gestolen van mijn kamer. Dan kreeg ik als antwoord we zullen het uitzoeken. Maar ik heb er nooit meer iets van gehoord. Er ws in deze groep een groepsleider die het nodig vond om kinderen hard te slaan en hard te stompen, hij deed dat met een bos sleutels in zijn hand zodat dat extra pijn deed. Er werden ook kinderen voor straf onder de koude douche gezet. Ik moest van de groepsleiding lid worden van een scouting groep. Dit vonden ze goed voor mijn sociale ontwikkeling. Omdat ik anders ben werd ik daar gepest getreiterd en geschopt. Maar ik werd gedwongen om er iedere keer weer tegen mijn wil in daar weer naar toe te gaan. We moesten van de groepsleiding van het internaat met zomerkamp 100 km fietsen. Ik vond dat vreselijk en ik wilde dat niet maar je moest of je wilde of niet ook in de regen. Op het internaat heb ik altijd gedacht dat pesten, misbruik en geweld heel gewoon was, ik wist toen niet beter. Ik heb me nooit op het internaat thuis kunnen voelen. Kerst 1987 ben ik weer bij mijn moeder gaan wonen. Ik had op het internaat een maatje. We zaten in de zelfde groep, op de zelfde school en een schooljaar in de zelfde klas. We deden van alles samen, we hadden een bijzondere band samen. Ik had met niemand anders op het internaat een band. Toen ik weer thuis ging wonen mochten we geen contact meer met elkaar hebben en werd het contact door de groepsleiding abrubt verbroken en ze werd overgeplaatst naar een tehuis ver weg. Dat heeft ons beide heel veel pijn verdriet gedaan. Ik voelde me verdrietig, boos en eenzaam. Na alles wat ik had meegemaakt kreeg ik dat er ook nog bij. Omdat dit contact nooit goed is begeleid heb ik het nog steeds moeilijk om vriendschappen en relaties aan te gaan. Ik heb door alles wat ik heb meegemaakt de eerste twintig jaar na het internaat een trauma overgehouden. Ik had negatieve gedachtes over mijzelf en een laag zelfbeeld en geen zelfvertrouwen. Ik had gedachtes als: Ik ben lelijk, ik ben niks, Ik kan niks, ik ben dom, niemand wil mij, ik ben een loser. Ik at erg slecht en heel weinig, ik verzorgde mij zelf erg slecht. Ik dacht waarom zou ik me zelf goed verzorgen? Niemand wil mij, ik ben lelijk, ik ben niet goed genoeg. Ik heb als gevolgen van het schoppen inwendig letsel aan overgehouden waar voor ik twee pijnlijke operaties nodig had om dit redelijk te herstellen. Ik heb er twintig jaar over gedaan om dit trauma te verwerken. Ik kan er nu goed mee leven al merk ik nog steeds de gevolgen. Zo heb ik het nog altijd onvoldoende sociale vaardigheden om vriendschappen en relaties te beginnen. Nu kan ik goed over mijn ervaring en trauma praten, ik lees vaak ervaringen van andere mensen die dat ook hebben meegemaakt. Ik kan daar goed mee omgaan, het is voor mij niet moeilijk om te lezen. Veel wat ik lees is herkenbaar maar niet pijnlijk of confronterend voor mij. Ik heb alles zelf verwerkt, ik heb hierbij nooit hulp gehad van een psycholoog of psychiater. Alleen jaren geleden wat gesprekken met maatschappelijk werk. Ik ben dus sterker dan ik dacht. Er zijn mensen die hetzelfde hebben mee gemaakt als ik. Maar die hebben nog steeds psychologische/ psychiatrische begeleiding nodig, wat moeizaam verloopt. Mijn verleden is een onderdeel van wie ik ben, daar kan ik niks aan veranderen. Maar ik laat mijn leven niet vergallen, die groepsleidster en pestkoppen kunnen niet van mij winnen. Ik wil nu graag door mijn verhaal te vertellen er iets goeds mee doen andere mensen helpen.  

Connect Portaal

Pieter-jan maakt gebruik van het Connect portaal.

Meld je direct aan om contact op te nemen
Meer ervaringsverhalen