Symptomen paniekstoornis

Vrouw angst piekeren Pixabay

Hieronder lees je welke symptomen voorkomen bij een paniekaanval. Alleen een deskundige, zoals een psychiater of psycholoog, kan de diagnose stellen.

De persoon ervaart terugkerende, onverwachte paniekaanvallen. Een paniekaanval is een plotselinge golf van intense angst of intens onbehagen die binnen enkele minuten een piek bereikt. Deze plotselinge golf van angst of onbehagen kan ontstaan vanuit een toestand van kalmte, of vanuit een al bestaande toestand van angst. Deze piek gaat gepaard met vier (of meer) van de volgende symptomen:

  • Hartkloppingen, bonzend hart of een versnelde hartslag.
  • Transpireren.
  • Trillen of beven.
  • Gevoelens van ademnood of verstikking.
  • Het gevoel naar adem te snakken.
  • Pijn of een onaangenaam gevoel op de borst.
  • Misselijkheid of maag-/buikklachten.
  • Een gevoel van duizeligheid, onvastheid, licht in het hoofd zijn of flauwvallen.
  • Koude rillingen of opvliegers.
  • Verdoofd of tintelend gevoel.
  • Gevoelens van onwerkelijkheid of het gevoel vervreemd van zichzelf te zijn.
  • Vrees om de zelfbeheersing te verliezen of ‘gek te worden’.
  • Vrees om dood te gaan.

 
Daarnaast zijn ook cultuurspecifieke symptomen mogelijk (bijvoorbeeld tinnitus, pijn in de nek, hoofdpijn, onbeheersbaar schreeuwen of huilen). Er dienen echter minimaal vier van de kenmerken hierboven te worden ervaren om te kunnen spreken van een paniekaanval.

Minstens een van de aanvallen is gevolgd door één maand (of langer) met een van de volgende kenmerken:

  • De persoon is steeds bezig met of bezorgd over het krijgen van nieuwe paniekaanvallen of de gevolgen daarvan (bijvoorbeeld verlies van zelfbeheersing, een hartaanval krijgen, ‘gek worden’).
  • Bij de persoon is sprake van een aanzienlijke, niet aan de omgeving aangepaste verandering in het gedrag. Deze gedragsverandering hangt samen met de paniekaanvallen. Zo vertoont de persoon bijvoorbeeld gedrag bedoeld om paniekaanvallen te voorkomen, zoals vermijding van lichamelijke inspanning of onbekende situaties.

De stoornis kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drugs of medicatie). Ook kan de stoornis niet worden toegeschreven aan een somatische aandoening (zoals hart- en longaandoeningen).

De stoornis kan niet beter worden verklaard door een andere psychische aandoening. Zo treden de paniekaanvallen bijvoorbeeld niet alleen op in reactie op gevreesde sociale situaties, zoals bij de sociale-angststoornis. Of bijvoorbeeld alleen in reactie op obsessies, zoals bij de dwangstoornis.

Direct contact met een hulpverlener

Heb je behoefte aan persoonlijke hulp of advies? Neem (anoniem) contact op met een van de medewerkers van onze hulplijn MIND Korrelatie. Je kunt bellen, chatten, Whatsappen of mailen met een van onze psychologen of maatschappelijk werkers.