Stigma

Wat is stigma?
Stigma betekent dat je wordt gezien als “anders", op een manier die negatief is. Bijvoorbeeld omdat je psychische klachten hebt (gehad). Op deze pagina lees je wat stigma is, waar het vandaan komt, wat het met je kan doen en vooral ook wat je eraan kan doen.
Stigma voelt als een soort etiket dat je krijgt. Mensen denken dan dat je gevaarlijk of niet te vertrouwen bent, of dat je dingen niet kan. Je wordt buitengesloten of niet serieus genomen. Dat kan ervoor zorgen dat je je schaamt, terugtrekt of geen hulp durft te vragen. Stigma komt vaak van mensen of groepen die meer invloed hebben dan jij.
Ik had altijd een boekje bij me waar ik veel in schreef en tekende. Dat werd gezien als teken dat ik nog psychotisch was. En niet gekoppeld aan mijn professionele wens om ontwerper te zijn. - Lees het hele verhaal van Mathijs
Er zijn geen resultaten gevonden. Controleer de spelling of probeer een andere zoekterm.
Verschillende vormen van stigma
Publiek stigma zijn vooroordelen van de samenleving. Bijvoorbeeld dat mensen denken dat mensen met een psychische aandoening gevaarlijk of onbetrouwbaar zijn of niet goed kunnen werken. Dat is vaak niet waar, maar deze ideeën zorgen ervoor dat mensen met een aandoening worden buitengesloten. Mensen kunnen afstand houden en willen bijvoorbeeld liever geen collega, buur, vriend of partner met een psychische kwetsbaarheid.
Soms verwachten mensen zélf al afgewezen te worden. Ze denken: “Waarom zou ik het proberen? Het wordt toch niet aangenomen.” Dit heet geanticipeerd stigma. Daardoor durven ze soms niet meer te solliciteren of nieuwe contacten aan te gaan. Dit heeft vaak meer invloed op iemands leven dan het stigma dat echt wordt uitgesproken.
Bij publieke stigma’s spelen de media een belangrijke rol. Soms zetten kranten, websites en films mensen met een psychische aandoening neer als gevaarlijk of vreemd.
Zelfstigma, ook wel geïnternaliseerde stigma genoemd, betekent dat je negatieve ideeën van anderen over psychische aandoeningen gaat geloven en op jezelf betrekt. Je internaliseert die oordelen, dat wil zeggen: je neemt ze over en gaat denken dat ze waar zijn. Bijvoorbeeld: “Ik ben zwak, ik kan niks, ik verdien geen hulp.”
Deze gedachten komen vaak voort uit hoe de samenleving kijkt naar mensen met psychische klachten. Als je die oordelen overneemt, kan je je gaan schamen en durf je minder snel hulp te zoeken.
Heb je last van zelfstigma? De volgende dingen kunnen je helpen:
- Herken je gedachten. Vraag jezelf af waar je gedachten vandaan komen en of ze écht waar zijn.
- Praat erover. Met een vriend, ervaringsdeskundige of een hulpverlener.
- Wees mild voor jezelf. Je hoeft niet perfect te zijn.
- Zet kleine stappen. Ga iets doen dat je waardevol vindt, hoe klein ook.
- Volg een training. Bijvoorbeeld Honest, Open & Proud (HOP), speciaal gericht op het verminderen van zelfstigma. Veel ggz-instellingen en herstel- en regiecentrums bieden deze training aan.
Stigma zit niet alleen in meningen van mensen, maar ook in hoe een land of gemeenschap is ingericht. Het gaat om regels, wetten én vaste ideeën in de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan strengere regels bij verzekeringen, sollicitaties of het krijgen van een rijbewijs. Of aan het idee dat iemand met psychische klachten niet geschikt is voor een verantwoordelijke baan. Deze regels en overtuigingen maken het moeilijker voor mensen met een psychische kwetsbaarheid om mee te doen in de maatschappij.
Niet alleen jijzelf kan last hebben van stigma, maar ook de mensen om je heen. Je partner, ouder, kind of hulpverlener kan bijvoorbeeld worden aangekeken of buitengesloten, omdat ze met jou verbonden zijn. Dat noemen we associatief stigma.
Als je last hebt van associatief stigma kan je gemeden worden, vreemde opmerkingen krijgen of het gevoel hebben dat mensen je niet serieus nemen. Bijvoorbeeld:
- “Je voedt je kind zeker niet goed op.”
- “Je zorgt vast niet genoeg voor je partner.”
- “Waarom blijf je bij iemand met zulke problemen?”
Sommige naasten kiezen ervoor om niks te vertellen uit angst voor oordelen. Dat kan eenzaam voelen en het contact met anderen moeilijk maken.
Maken jouw psychische klachten je onzeker? Vind je dat je minder waard bent daardoor? Vind je de vooroordelen die anderen hebben over psychische aandoeningen terecht? Dan heb je misschien wel last van zelfstigma. Doe de zelfstigmatest en kijk in hoeverre je last hebt van negatieve gedachten over je psychische klachten.
Wat zijn de gevolgen van stigma?
Stigma kan grote gevolgen hebben. Het maakt het moeilijker om vrienden te maken, werk te vinden of een woning te krijgen. Veel mensen trekken zich terug, vertellen hun verhaal niet of zoeken geen hulp. Mensen schamen zich of zijn bang voor oordelen. Veel mensen stoppen met dingen die ze belangrijk vinden, zoals solliciteren, leren of nieuwe contacten aangaan. Dit kan je somber en angstig maken, of je gaat onbegrepen gedrag vertonen.
Ook naasten kunnen zich onbegrepen voelen. Misschien zwijg je over de situatie thuis om vervelende reacties te voorkomen. Of merk je dat vrienden afstand houden. Dat is pijnlijk en kan het gevoel geven er alleen voor te staan.
Het voelde alsof ik opnieuw het vertrouwen moest krijgen van mijn werkgever waar ik al zeven jaar werkte. Daar bovenop kwam dat sommige collega’s wegdoken achter een plant als ze mij zagen. - Lees het hele verhaal van Jessica
Waar komt stigma veel voor?
Stigma kan op veel plekken voorkomen. Soms gebeurt het openlijk, maar vaak gebeurt het ook onbewust.
Er zijn geen resultaten gevonden. Controleer de spelling of probeer een andere zoekterm.
Op je werk wil je jezelf kunnen zijn. Toch durven veel mensen met een psychische aandoening er niet open over te zijn. Ze zijn bang voor vooroordelen of dat het invloed heeft op hun carrière. Die angst is niet vreemd: stigma door collega’s of leidinggevenden komt voor, blijkt ook uit Nederlands onderzoek.
Ook zelfstigma speelt een rol. Mensen kunnen denken: “Ik ben niet goed genoeg voor deze baan”, en durven daardoor geen werk of opleiding meer te proberen.
Door psychische problemen bespreekbaar te maken, voelen medewerkers zich veiliger. Ze vragen sneller hulp en vallen minder vaak uit. Een open werkcultuur helpt iedereen.
Ook binnen de geestelijke gezondheidszorg (ggz) komt stigma voor. Dat klinkt misschien vreemd, maar het gebeurt vaak zonder dat hulpverleners het doorhebben. Bijvoorbeeld als ze vooral kijken naar de diagnose, in plaats van naar de mens daarachter. Een hulpverlener kan soms lage verwachtingen hebben of een te beschermende houding. Hulpverleners denken dan bijvoorbeeld dat iemand iets niet aankan, zonder het eerst te vragen of dit zo is.
Dit kan zorgen voor minder zelfvertrouwen en minder hoop bij mensen die hulp zoeken. Het kan het vertrouwen in de zorg verlagen. Gelukkig willen veel hulpverleners hier iets aan doen. Door te werken vanuit vertrouwen, kracht en gelijkwaardigheid, wordt de zorg beter én menselijker.
Leerlingen die zich anders gedragen of een diagnose hebben, worden soms buitengesloten of gepest. Dit heeft invloed op hun zelfvertrouwen, schoolprestaties en hoe ze naar zichzelf kijken.
Veel leraren herkennen dit, maar praten er niet altijd over. Gelukkig kan school juist een plek zijn waar kinderen leren dat iedereen erbij hoort. Dat begint bij openheid, lesmateriaal over mentale gezondheid en ruimte voor verschillen.
Iedereen wil zich thuis voelen in zijn buurt. Toch lukt dat niet altijd als je een psychische aandoening hebt. Buren kunnen zich zorgen maken of afstand houden, omdat ze iets niet goed begrijpen. Dat kan zorgen voor een gevoel van eenzaamheid of afwijzing.
Uit onderzoek blijkt: als mensen meer weten over psychische aandoeningen, en als ze meer mensen kennen die zo’n aandoening hebben, is er meer begrip. Buurtbijeenkomsten, gesprekken en contact maken helpen om elkaar beter te leren kennen. Als je elkaar leert zien als mens, en niet als label, voel je je sneller welkom in de wijk.
De media hebben veel invloed op hoe we denken over psychische aandoeningen. Helaas worden mensen nog vaak neergezet als gevaarlijk, onvoorspelbaar of zielig. Vooral bij berichtgeving over psychoses is het beeld vaak negatief en eenzijdig. Dat zorgt voor angst, schaamte en onbegrip. Gelukkig kan het ook anders.
Journalisten kunnen juist bijdragen aan een realistischer en menselijker beeld, door ruimte te geven aan persoonlijke verhalen.
Waarom bestaat stigma?
Stigma bestaat al heel lang. Mensen vinden het vaak lastig om om te gaan met dingen die ze niet goed begrijpen. Angst, verkeerde informatie en gewoontes spelen hierbij een rol.
De media versterken dit vaak. In films en nieuwsberichten worden mensen met psychische problemen soms neergezet als gevaarlijk of vreemd. Die beelden blijven hangen, ook als ze niet kloppen.
Opvoeding en cultuur hebben ook invloed. Misschien heb je geleerd dat je over dit soort dingen niet praat. Of dat psychische problemen iets zijn om je voor te schamen.
Soms denken mensen: “Als iedereen het zegt, zal het wel kloppen.” We nemen dan ideeën over zonder erbij stil te staan. Je volgt dan wat als ‘normaal’ gezien wordt, ook als het eigenlijk niet kloppend is.
Zelfs hulpverleners kunnen stigma onbedoeld versterken. Bijvoorbeeld door vooral te kijken naar wat iemand niet kan.
Tips bij stigma
Er is geen makkelijke oplossing, maar er zijn wel stappen die helpen:
- Praten helpt. Als je vertelt over je aandoening, krijgen anderen een beter beeld. Dat kan spanning wegnemen en tot meer begrip leiden. Belangrijk is op welke manier je je verhaal vertelt. Probeer niet beschuldigend te zijn, maar ook niet te slachtofferig, maar vertel erover als iets wat je met moeite hebt overwonnen. Weet je niet zo goed waar je moet beginnen of vind je het lastig om over je gevoelens te praten. Onze flyer met tips kan je hierbij helpen.
- Blijf zien wie je bent. Je aandoening bepaalt niet wie je bent. Bedenk waar je goed in bent en welke rollen je vervult: partner, ouder, collega, buur.
- Wees mild voor jezelf. Twijfels en schaamte zijn normaal. Probeer vriendelijk naar jezelf te kijken.
- Kies je eigen manier. Je hoeft niet altijd open te zijn. Misschien vertel je het wel op je werk, maar niet aan de buren. Of andersom. Jij bepaalt wat je wilt delen, met wie en wanneer.
- Geef anderen handvatten. Vertel wat je prettig vindt en wat niet, wat de ander kan doen. En heb er begrip voor dat zij het ook niet weten.
- Zoek steun. Je staat er niet alleen voor. Er zijn mensen die je begrijpen, ook vanuit eigen ervaring.
Er zijn geen resultaten gevonden. Controleer de spelling of probeer een andere zoekterm.
Als omgeving kan je veel betekenen. Je hoeft het niet perfect te doen. Oprechte aandacht en openheid zijn een goed begin.
- Luister zonder oordeel. Laat iemand het eigen verhaal vertellen.
- Stel vragen. Wees nieuwsgierig.
- Wees open. Praat over mentale gezondheid, ook als je het lastig vindt. Zeg het ook gerust als je het lastig vindt, dat helpt juist.
- Vraag wat iemand nodig heeft. Kleine gebaren maken al verschil.
- Wees respectvol. Alleen luisteren en openstaan kan al veel betekenen. Advies geven is vaak niet nodig. Soms wil iemand wel stappen ondernemen, maar kan het op dat moment even niet.
- Laat merken dat je ook zoekende bent. Zeg bijvoorbeeld: “Ik weet niet goed wat ik moet zeggen, maar ik wil er wel voor je zijn.” Zo geef je ruimte én verbinding.
- Doe geen aannames. Iedereen is anders. Vraag wat iemand zelf ervaart en nodig heeft.
- Gebruik geen kwetsende woorden. Let op hoe je praat over psychische aandoeningen. Woorden doen ertoe.
- Leer bij. Lees, kijk, luister. Er is veel informatie beschikbaar over psychische klachten die kan helpen om beter te begrijpen.
Stigma raakt ons allemaal. Bijna de helft van de Nederlanders krijgt ooit in het leven een psychische aandoening. Dus iedereen krijgt er mee te maken. Zelf of via iemand in je omgeving. Een samenleving met minder stigma is een samenleving waarin iedereen mee kan doen. Waar ruimte is voor verschillen, waar mensen zich niet hoeven te schamen, en waar je op tijd hulp durft te zoeken.
Wat helpt:
- Praat vaker over mentale gezondheid. Openheid maakt het onderwerp minder beladen.
- Leer van ervaringsverhalen. Mensen die het zelf meemaken, weten vaak het beste wat wel en niet werkt.
- Zorg voor eerlijke regels. Ook in beleid en wetten moet gelijke behandeling de norm zijn.
- Laat andere beelden zien. In de media, op school en op het werk kunnen we laten zien dat mensen met een psychische kwetsbaarheid ook krachtig, slim, creatief en waardevol zijn.
Samen kunnen we stigma verminderen. Door anders te kijken, door te luisteren en door elkaar als gelijkwaardig te blijven zien.
MIND zet zich in voor een veilige maatschappij waarin je met elkaar kan praten over kleine dingen, maar ook over lastige levenssituaties, zoals een psychische aandoening.
We maken mensen bewust van stigma en laten zien dat verandering mogelijk is. Samen met ervaringsdeskundige ambassadeurs werken we aan meer begrip en gelijkwaardigheid. Via het MIND Expert Center koppelen we hen aan organisaties die hiermee aan de slag willen.
Sinds ik er open over ben krijg ik juist minder negatieve reacties. Vooral van mensen die je voorheen niet begrepen. - Lees het hele verhaal van Annemiek
Meer weten
- Vind handige tools, trainingen en materialen die je kunnen helpen om aan de slag te gaan met het verminderen van stigma. Ze komen uit het project Samen Sterk zonder Stigma, dat jarenlang waardevolle kennis en ervaringen heeft verzameld.
- Er zijn in Nederland verschillende organisaties bezig met zelfstigma door workshops, trainingen, gespreksgroepen en meer. Je kan deze organisaties in de MIND Atlas vinden.
- Op de website van Phrenos vind meer tools, trainingen en materialen die zijn ontwikkeld om aan de slag te gaan met het tegengaan van stigma.
- Lees de zorgstandaarden bij destigmatisering.
- Er is een uitgebreid Handboek Destigmatisering: Van Weeghel, J., Pijnenborg, M., Van ‘t Veer, J., & Kienhorst, G. (red.) (2016). Handboek destigmatisering bij psychische aandoeningen. Principes, perspectieven en praktijken.