Oefening: G-schema invullen

Schrijven in boekje cognitieve gedragstherapie

Via deze oefening krijg je inzicht in het verband tussen wat je denkt, voelt en doet. Sta de komende week stil bij situaties waarin je last hebt van gevoelens als angst, boosheid, verdriet of onzekerheid. Je kunt ook terugdenken aan een situatie waarin je last had van dit soort gevoelens. Noteer datum, gebeurtenis, wat je voelde, wat je dacht en wat je deed in het G-schema.
 
Lees hier meer achtergrondinformatie

Voorbeeld ingevuld G-schema

Gebeurtenis
Wat is er feitelijk gebeurd (alsof je door een camera kijkt naar de situatie)?
  • Ik kom mijn buurman tegen op straat. Ik zeg hallo en groet, hij groet niet terug.
Gedachten
Wat waren de helpende en/of niet-helpende gedachten die de gebeurtenis opriep?
  • Ik heb zeker iets verkeerds gezegd de vorige keer dat ik hem zag.
  • Hij vindt mij vast niet aardig.
  • Ik kan ook echt niet met mensen omgaan.
Gevoel
Wat voelde je? Bijv.: Boos, bang, bedroefd, blij, somber, verdrietig, geƫrgerd, onzeker
  • Somber, onzeker.
Gedrag
Wat deed je precies (alsof je door een camera kijkt naar je gedrag)?
  • Ik zeg niets meer en loop verder.

Door het G-schema in te vullen, krijg je inzicht in hoe je gevoelens samenhangen met je gedachten en gedrag.  Op die manier kom je er ook achter welke gedachten vervelende gevoelens oproepen. Dat zijn je niet-helpende gedachten.

In oefening 2 leer je deze niet-helpende gedachten omzetten in helpende gedachten.

Vervolgoefening: je gedachten helpend maken

In de oefening 'Je gedachten helpend maken' leer je de niet-helpende gedachten die je in de huidige oefening ontdekt hebt omzetten in helpende gedachten.

Direct contact met een hulpverlener

Heb je behoefte aan persoonlijke hulp of advies? Neem (anoniem) contact op met een van de medewerkers van onze hulplijn MIND Korrelatie. Je kunt bellen, chatten, Whatsappen of mailen met een van onze psychologen of maatschappelijk werkers.