Oorzaken paniekstoornis

Paniekaanval

Biologische factoren

Er wordt aangenomen dat er meerdere genen een rol spelen bij een paniekstoornis. Hoe dit precies in elkaar zit is nog niet duidelijk. Kinderen van ouders met een angststoornis, depressie of bipolaire stoornis hebben een verhoogd risico op een paniekstoornis. Lees hierover meer op de pagina angststoornissen en erfelijkheid. Verder is er een verband tussen ademhalingsstoornissen zoals astma en paniekstoornis.
 
De neiging om negatieve emoties te ervaren én de neiging om te geloven dat angstsymptomen gevaarlijk zijn, zijn risicofactoren voor het ontstaan van paniekaanvallen en voor bezorgdheid over paniek. Het is nog niet duidelijk of deze kenmerken ook een risico vormen voor het ontstaan van een paniekstoornis.
Verder kan een voorgeschiedenis van ‘angstaanvallen’ (aanvallen met een beperkt aantal kenmerken van een paniekaanval) een risicofactor zijn voor het latere ontstaan van paniekaanvallen en de paniekstoornis.

Omgeving

Veel mensen met een paniekstoornis geven aan dat er sprake is geweest van stressvolle gebeurtenissen tijdens de maanden voor hun eerste paniekaanval (bijvoorbeeld ziekte of overlijden in de familie; en negatieve ervaringen met drugs of geneesmiddelen). Verder is er bij mensen met een paniekstoornis vaker sprake van seksueel misbruik en lichamelijke mishandeling tijdens de kinderjaren dan bij sommige andere angststoornissen.